Moniques logboek

Tuesday, June 13, 2006

Gisteren zijn we bij de chirurg geweest. Een van de eerste dingen die hij wilde weten was: 'Wat doet u zoal?'

'Teveel,' antwoordde Monique naar waarheid.
'Wat doet uw man voor u in het huishouden?' vroeg de man leep aan háár.
Monique begon iets te mompelen over stofzuigen en opruimen van de inhoud van de vaatwasser. Uiteindelijk moest ik ingrijpen: '... en elke ochtend ontbijt op bed!'
'O, dat is wel heel lief,' was de diagnose.

Dat wilde ik even voor het nageslacht vastleggen.

Wat verder van belang is, is dat Monique in haar ooit kwijnende linkeroog nu een gezichtsvermogen heeft van méér dan honderd procent, ik geloof zelfs dat ze er beter mee ziet dan met het andere oog. Hoe je meer dan honderd procent kunt zien snap ik niet helemaal maar als de dokter het zegt zal het wel zo zijn. Het is vast en zeker een groot, Nobelprijswaardig succes.

Het baart ons wat zorgen dat de haargroei rond het litteken achterblijft. Wat er groeit blijft kort en valt snel weer uit. Iets met de doorbloeding, denkt de chirurg, hij ziet dit niet zo vaak. Eindelijk iets wat een beetje tegenvalt. Ook wat er onder het litteken op haar linkerslaap groeit, stelt niet veel voor. Jammer. Hopen dat de rest eroverheen valt, en dat het op den duur bijtrekt. Voorlopig blijft het nog petjes dragen, al kan het M. steeds minder schelen. Petje of geen petje, de mensen staren toch wel.

Over een maand of vier gaat Monique weer in de scanner, en dan bespreken we kort daarna het resultaat met de chirurg. Intussen is er ook een afspraak met de oogarts in het Oogziekenhuis, 9 augustus, om de gebeurtenissen te bespreken sinds zij Monique naar de neuroloog verwees.