Moniques logboek

Wednesday, April 12, 2006

Toen ik kort na achten aankwam op de afdeling Pacu (post anesthesia care unit - in elk geval geen Latijn), waar de chirurg had gezegd dat ik moest zijn, was Monique er nog niet. Niks voor haar. Maar ze was onderweg, verzekerde een vriendelijke verpleegster. Ik koos positie bij de liften.

De eerste die eruit werd gerold was een dame met een schedelbasisfractuur, met een paar EHBO-ers eromheen. Goed dat die vanochtend niet is binnengekomen, dacht ik nog.

Even later kwam Monique inderdaad. Ik zat laag, zij lag hoog, maar ondanks de helm van verband en de kordate vaart waarmee ze werd voorbijgeduwd wist ik meteen dat zij het was. Ik had geen illusie dat ze aanspreekbaar zou zijn en bleef rustig zitten. De verpleegster had uitgelegd dat ze eerst moest worden geinstalleerd - of zoiets, in elk geval was duidelijk dat ik moest wachten tot ik werd binnengeroepen.

Het was zo'n beetje kwart voor negen toen 'meneer Sinke' mocht binnenkomen. 'Ze slaapt zeker nog?' vroeg ik, want je moet toch wat zeggen. 'Nee hoor, ze is bij.' En waarachtig, zodra ik Monique aanraakte gingen d'r ogen open en zag ik iets wat aan een glimlach deed denken. Ze zag me! Dan moest op z'n minst één oog nog in functie zijn! Ik heb een paar dingen gezegd die geen antwoord nodig hadden, en ben haar hand gaan zitten vasthouden.

Wie schetst mijn verbazing toen iemand van het personeel Monique begon toe te spreken: 'Sorry mevrouw Sinke dat ik steeds hetzelfde vraag, maar wat voor dag is het nu?'
'Woensdag of donderdag,' zei ze door haar zuurstofmasker heen.
Woensdag of donderdag! Ben je dan bij je volle verstand of niet?
Ze kon met allebei d'r handen in die van de dokter knijpen, maar dat had ik hem inmiddels ook wel kunnen vertellen.
Zien, lachen, denken, knijpen. En dat acht uur nadat ze je hoofd hebben opengezaagd en in je hersens hebben zitten wroeten. Da's een goed begin van het postoperatieve leven.

Monique was niettemin minder spraakzaam dan normaal, zodoende had ik tijd om de medische apparatuur te bestuderen. Het was vast geen toeval dat de kleurigste monitor de begrijpelijkste informatie vertoonde. Deze cijfers heb ik genoteerd, voor wie van statistieken houdt:
Hartfrequentie 45-50 per minuut
Bloeddruk 115/60, soms wat hoger, 120/65
Ademhalingsfrequentie 12-16 per minuut
Zuurstofspanning 100, een enkele keer 99.

Die laatste score lijkt spectaculair, maar ik vermoed eerlijk gezegd dat elke andere waarde betekent dat je zo goed als dood bent. De rest was zo schaamteloos geruststellend dat mijn eigen hartslag, bloeddruk en ademhaling prompt dezelfde waarden aannamen.

Toen ik daar zo vijf kwartier had gezeten, kwam de dokter mij een foldertje van de Pacu aanbieden. Wat een onzin, dacht ik nog, morgen is ze hier weg. Maar toen ik beleefd aanstalten maakte het te accepteren wees hij me op een passage: '... de mogelijkheid een kort bezoekje aan de patient te brengen ...'

'Wordt het tijd dat ik ophoepel?' vroeg ik. Dat bleek het geval. En ik was nog wel van plan de hele nacht te blijven zitten.

Ik heb Monique verteld dat het naar mijn idee heel goed met haar ging. En nu zit ik dus weer thuis en tik deze regels. Morgen gauw bellen hoe laat ze naar 'de afdeling' teruggaat.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home